MBO-ers op de fiets, studenten uit de bus

dinsdag 5 juli 2022

“De focus bij de mobiliteitstransitie lag vaak op techniek, op platforms”, vertelt Dorien Lathouwers, organisatiepsycholoog en programmamanager bij The Future Mobility Network. “Maar de mens dan? Die moet het toch doen. Vanuit die gedachte ben ik bij The Future Mobility terechtgekomen, ik kijk vooral naar de grote transities in mobiliteit.”

“Wat kunnen we bedenken, wat voor programma’s kunnen we opstarten om gedragsverandering te realiseren, daar hou ik me mee bezig. Dat kan het beste samen met een harde interventie, dus de ‘zachte’ en de ‘harde’ kant die samenkomen in onze benadering. Het helpt als er ook echt iets gebeurt, als er infrastructuur aangepast wordt bijvoorbeeld. Dat levert vruchtbare grond op voor gedragsverandering. Je kunt wel alleen maar heel hard ‘fietsstimulering’ roepen, maar niemand doet dan ineens iets, er moet wel een aanleiding zijn. Neem de herinrichting van de Westelijke Stadsboulevard in Utrecht, daar gaat heel veel op de schop en de weg wordt versmald. Dat is een ontwrichtende situatie, die mogelijk maakt dat mensen naar alternatieve opties kijken – daar haken we dan graag op in.”

Goedopweg

“Goedopweg is een samenwerkingsverband tussen de gemeente Utrecht, gemeente Amersfoort, het ministerie van IenW, de provincie Utrecht en Rijkswaterstaat. We bedienen de regio Utrecht/Amersfoort. We houden ons bezig met mobiliteit, van de werkgeversaanpak tot doelgroepenbenadering en de bewonersaanpak en mobiliteitsmanagement voor infrastructurele projecten. We werken bij Goedopweg aan een goed bereikbare regio Utrecht, waar het prettig en gezond wonen, werken en recreëren is. Ik heb hierbij de rol van programmamanager slimme mobiliteit, via The Future Mobility Network”, vertelt Lathouwers. “In die capaciteit hou ik me ook bezig met deelmobiliteit en slimme kruispunten, publiekstrekkers, scholen- en wijkenaanpak en mobiliteit voor reizigers die minder dan 15 kilometer reizen.”

Deelmobiliteit voor studenten “In Utrecht loopt een project om te kijken of deelmobiliteit interessant kan zijn voor studenten”, aldus Lathouwers. “De pilot loopt sinds 1 maart 2022 voor een half jaar, met 200 studenten uit het mbo, hbo en wo uit Utrecht. De studenten krijgen per maand 40 euro reistegoed om in te zetten voor deelmobiliteit, in ruil daarvoor vullen ze drie vragenlijsten in. Daar willen we van leren. Hoe gebruiken studenten deelmobiliteit, welke vormen werken en welke niet? Een soortgelijk project loopt ook in Rotterdam. “ “De proef moet onze hypotheses toetsen aan de werkelijkheid, we meten kwantitatief het gebruik en kwalitatief via de vragenlijsten. Het doel achter de proef is om deze doelgroep te laten wennen aan deelmobiliteit en ze wellicht ook zover te krijgen dat ze zien dat je met deelvervoer óók heel goed uit de voeten kunt – want deze doelgroep is de reiziger van de toekomst, als die gewend is aan deelvervoer zijn zij straks minder geneigd zelf een auto aan te schaffen.”

Mbo-ers fietsen minder

“Mbo-ers fietsen stukken minder”, zegt Lathouwers. “Dat heeft een aantal oorzaken, waaronder het langer thuis bij hun ouders wonen, de veelheid aan mbo-scholen, en sinds een paar jaar ook eenvoudige en gratis toegang tot busvervoer, en dergelijke met de OV jaarkaart. Ook spelen zaken als status en imago hier een rol. Als je met de auto van je leerwerkbedrijf naar school kan komen of met de bus, is dat vaak veel aantrekkelijker dan op de fiets.”

“Toch is het best lastig om achter hun drijfveren te komen, het is een beetje een tafellaken- en servet-groep, ze zijn te oud voor de middelbare school maar zijn in hun besluitvorming en gedrag nog geen volwassenen. De thuissituatie bepaalt ook nog veel voor deze groep jongeren.”

“Om deze groep toch meer op de fiets te krijgen, zijn we een project gestart samen met ROC Midden-Nederland (18.000 studenten). Daarbij hebben we contact gezocht met de studentenraad, die ons ook steunt; echt een bottom-up-benadering, waarbij we eerst met de doelgroep zelf in gesprek zijn gegaan en daarna pas de directie in beeld kwam.”

“Het project promoot fiets-challenges via campagnes op abri’s en via narrowcasting in de schoollocaties. De campagne is gemaakt door stagiairs van het ROC van de opleiding Mediavormgeving. Ook verspreiden we de campagne via social media zoals Instagram, TikTok en SnapChat. “ “Deelnemers downloaden een app die bijhoudt hoeveel ze fietsen. Daarmee sparen ze punten die ze in de app kunnen uitgeven, maar leuker nog, de studenten kunnen ook challenges aangaan, zoals een aantal keer met de fiets naar school gaan. Als ze zo’n challenge doen, krijgen ze loten. In de campagneperiode verloten we vijf keer diverse prijzen, waaronder ook een elektrische fiets.”

Stukje opvoeden

Beide proeven zijn gericht op jongeren. “Daar ligt de toekomst, die kun je nog verleiden met het idee dat ze niet auto-afhankelijk hoeven te zijn. Het is een gemiste kans als je daar niet meteen al een fiets- en deelmobiliteitszaadje weet te planten.”

Meer informatie
thefuturemobility.netwerk