Ov-sector kan het verschil maken rond klimaatverandering

donderdag 4 april 2024

De urgentie om slimmer met energie om te gaan is hoog, aldus Qbuzz-ceo Gerrit Spijksma. Om de wereld in de toekomst leefbaar te houden, moeten ov-bedrijven samen naar slimme innovaties toewerken. Met het Platform Lokaal Spoor probeert Stevin Technology Consultants die nieuwe kennis centraal te borgen, vertelt Michiel van der Zanden. Een dubbelgesprek. 

Het is 1 voor 12. Misschien al wel 12 uur. Die indruk krijg je als je naar Gerrit Spijksma luistert. “De klimaatproblemen zijn groter dan velen van ons denken: in Zuid-Europa mislukken olijfoogsten en gaat infrastructuur kapot, de noordpoolkappen smelten harder dan ooit en de opwarming van de aarde gaat te snel. Verzekeraars verzekeren bepaalde klimaatrisico’s niet meer. We voelen de gevolgen in de portemonnee. Daarom moeten we een bijdrage leveren en dat kan door slimmer met onze energiehuishouding omgaan.” 

Pilots om energie te delen 

De ov-sector is volgens Spijksma de ideale sector om proeven te doen om slim met energie om te gaan, omdat deze al sinds 2015 bezig is met de energietransitie. “We weten waar het  schuurt. Het huidige systeem van ‘handdoekje leggen’ is inefficiënt. Een aansluiting is nu de hele dag gereserveerd op het piekvermogen, dat we op twee momenten per dag gebruiken. Iedere buurman heeft zijn eigen aansluiting. Dat systeem moet veranderen.”  

Vanwege de huidige wet- en regelgeving is dat erg ingewikkeld, weet ook energiehubexpert Michiel van der Zanden van Stevin. Om te voorkomen dat technologische ontwikkelingen stilstaan en vanwege de hoge mate van urgentie, is het belangrijk op lokaal niveau alvast te starten met pilots. Zo vroeg de RET recent de GDS-status aan, waarmee het ‘stroom aan derden mag verkopen’.  

Spijksma juicht dat initiatief toe: Qbuzz wil eenzelfde traject gaan bewandelen. Daarnaast ging het ov-bedrijf in Groningen in gesprek met Arriva, Strukton Rail en ‘netbeheerder’ ProRail. Samen dienden zij een pilotvoorstel in om remenergie vanuit de Arriva-treinen via het ProRail-netwerk te transporteren en daarmee Qbuzz-bussen te voeden. Het ministerie van IenW moet nog groen licht geven voor de pilot, maar Spijksma verwacht dat eind dit jaar. Als het project slaagt, kan van de aansluiting van 6 mW misschien wel 3 mW worden vrijgespeeld.  

Het energiehubproject is muziek in de oren van Van der Zanden, die samen met een aantal spoorvervoerders het Platform Lokaal Spoor oprichtte vanuit de ervaring dat klanten afzonderlijk op verschillende wijzen innoveren op energiegebied. “Ze hebben allen het gemeenschappelijke doel de energietransitie binnen de mobiliteit te versnellen. Het is zonde van de energie om gelijktijdig dezelfde dingen opnieuw uit te vinden. Binnen dit platform verbinden wij die partijen met elkaar.” 

Gevoel van urgentie 

Bovendien kan de ov-sector de urgentie wel voelen, maar andere sectoren doen dat nog minder. Hoe groot is de ov-rol in de energietransitie dan? Spijksma: “De maatschappij is alleen bereid tot verandering als de nood hoog is en kennelijk wordt de druk nog niet overal even hoog ervaren. Maar persoonlijk voel ik grote noodzaak die boodschap tot verandering zoveel mogelijk te delen. Ik ga voor klimaatwinst en richt Qbuzz daarop in, zodat we over twintig jaar zeker nog bestaan. Dat gevoel van urgentie  wens ik ook bedrijven zoals Shell, want als we geen stevige stappen nemen  worden we als kikkers in een pan gekookt. Dat is een enorm risico.” 

Van der Zanden stelt dat het belangrijk is een handelingsperspectief te bieden aan organisaties, om inzichtelijk te maken welke rol zij in de energietransitie kunnen of willen spelen. Daarvoor ontwikkelde Stevin afgelopen jaar een framework, waarbij we een aantal rollen definiëren. De rollen zijn uitgezet in innovaties op technologisch, organisatorisch en insitutioneel niveau. Iedere organisatie heeft hier een eigen ontwikkelpad bij, het kan erg interessant zijn om deze naast elkaar neer te leggen. Zo kom je er achter dat je op bepaalde gebieden samen kunt innoveren. 

Nieuw leiderschap 

Als de rol van organisaties verandert, moeten leiders hun organisaties ook daarin meenemen. Daarom is het tijd voor ‘nieuw leiderschap’, zo vertelde Spijksma nog op het congres ‘Energie in het OV’ op 12 september. Hoe dat eruit ziet? “Ik ben vijf jaar geleden besteld om ov te rijden en ons marktaandeel te vergroten. Dat was niet verkeerd, maar de maatschappij is veranderd. Mijn rol dus ook. Nu is het zaak mijn gehele bedrijf mee te krijgen.” 

Struikelblokken 

Van der Zanden van Stevin kan zich dat goed voorstellen en voegt toe dat de organisaties elkaar ook vooral moeten blijven opzoeken, zoals via het Platform Lokaal Spoor. “Zo kunnen ze in verbinding zijn, samenwerken en ook de lasten samen verdelen.” 

Daarom is het belangrijk om coalities te smeden. “Wat Qbuzz in Groningen doet is een mooi voorbeeld. Het is goed als partijen en organisaties met elkaar in verbinding worden gebracht en innovatieve oplossingen bedenken. Dat kan ook over zaken gaan die voorheen niet eens ‘in the picture’ zouden zijn, zoals het delen van assets - bijvoorbeeld een wasinstallatie.” Wel ervaart hij nog een aantal struikelblokken, vanuit het Platform Lokaal Spoor: “De rol ten opzichte van de opdrachtgever/concessieverlener verschilt per partij, de uitdaging ligt vooral op organisatorisch/institutioneel vlak en momenteel niet zozeer bij de techniek. Wet- en regelgeving wordt gezien als grote uitdaging en partijen hebben behoefte aan een kartrekker, synergie en kennisuitwisseling tussen elkaar.” 

Van der Zanden merkt bovendien dat IenW maar beperkt budgetten vrijmaakt voor dergelijke innovaties. “Innoveren kosten veel geld wat nu vaak vanuit de eigen zak van gemeenten, vervoerders en ov-autoriteiten wordt betaald, terwijl de baten niet duidelijk zijn. Tegelijkertijd lijkt er ruimte te zitten bij het ministerie van Economische Zaken voor subsidies, maar bij Lokaal Spoor-partijen (OV bedrijven, red.) is dit nog niet altijd bekend. Naast financiële tekorten is er ook vaak een tekort aan capaciteit bij verschillende partijen, want ze moeten hun eigenlijke werk ook doen met kwalitatief hoogwaardig openbaar vervoer.”