Kijk naar mobiliteit als geheel

woensdag 14 mei 2014
timer 4 min
Waarom moeten we mobiliteit als geheel beschouwen? De oplossingen van nu zijn suboptimaal: er wordt wel aandacht besteed aan het verbeteren van het openbaar vervoer, maar de knooppunten blijven achter. Denk aan de 80-20-regel: 80 procent van de energie voor een maatregel zit in de laatste 20 procent van de oplossing. Meer concreet: als je meer OV-reizigers wilt kun je beter de knooppunten verbeteren dan het OV. Je kunt eenvoudig met OV en fiets naar het station, maar niet met de auto. Deze eenzijdigheid levert fietscongestie op en het aantal fietsen op de treinstations rijst de pan uit. De potentie van de fiets is groter dan we in eerste instantie dachten.

Kritisch naar netwerken kijken

Laat daarom de samenhang zien en stel hierbij de reiziger voorop! Kijk bijvoorbeeld kritisch naar de netwerken van de auto, het openbaar vervoer en de fiets. Het is zaak het fiets- en wegennetwerk als geheel te beschouwen. De auto vertegenwoordigt 80 tot 90 procent van de vervoerskilometers, deze weglaten in de knooppunten betekent dat je niet kunt optimaliseren. De samenhang is gemodelleerd in de voorgaande infographic (pagina 36). Stel je vervoersmotief is om van je werk naar een zakelijke klant te komen, gecombineerd met een ander doel, bijvoorbeeld boodschappen doen op de terugweg. Met je reisdoel in gedachten bekijk je welke netwerken er zijn. Een keuze maak je op basis van tijd, kosten en bekendheid met OV-reizen en de knooppunten. Afhankelijk van je keuze gebruik je dus individueel particulier vervoer (auto of fiets), collectief openbaar vervoer (tram en trein) of een combinatie daarvan. Dit maakt de rol van vervoersmotieven, netwerk, knooppunt, vervoerswijzen en de samenhang daartussen duidelijk. Het keuzeproces is altijd een iteratief proces.

 

Wat heb ik eraan?

Maar wat heb ik hier als gemeente aan? Is samenhang creëren in mobiliteit een idealisme, een utopie? Nee. De bezettingsgraad van het openbaar vervoer verhogen is een belangrijk aandachtspunt, en juist door de reiziger voorop te stellen is dit te bereiken. Maak knooppunten beter bereikbaar, zorg dat de informatievoorziening toereikend is en de rest volgt vanzelf. En dat zijn niet de duurste ingrepen, in tegenstelling tot frequentieverhoging. Bovendien draagt efficiëntere mobiliteit bij aan een beter milieu. 

 

Uitleg bij infographic

Deze visie heeft geresulteerd in een overzichtelijke inforgraphic, die hieronder te downloaden is als PDF. Een toelichting: Mobiliteit gaat over verplaatsingen van herkomst naar bestemming, en welke keuzes daarvoor worden gemaakt. Dat verandering in een van die onderdelen aanbrengen consequenties heeft voor de andere lijkt vanzelfsprekend. Toch is het vaak moeilijk het geheel te overzien. Daarom wordt in deze infographic schematisch aangegeven hoe de samenhang kan worden gezien.

 

Vervoersmotieven

Juist het combineren van motieven kan mobiliteit goedkoper en duurzamer maken.

 

Netwerken voor:

  • Voetgangers
  • Fiets en ander langzaam verkeer
  • Auto, motor en ander snelverkeer
  • OV (met vaste route) over de weg
  • OV over spoor, metronet of tramnet

Deze netwerken maken deels van dezelfde infra gebruik maar worden toch als aparte netwerken beschouwd.

 

Vervoerswijzen:

Met ‘OV’ bedoelen we collectief openbaar vervoer. Om duidelijk de verschillen te zien tussen de diverse vervoerswijzen, wordt dit in een matrix weergegeven. Bedenk hierbij dat collectief vervoer duurzamer is en economisch gunstiger zou moeten zijn.

 

Hoe kom ik bij mijn bestemming, een iteratief proces:

Als je bijvoorbeeld naar een klant gaat (vanaf bedrijf of huis):

  • Je hebt een motief
  • Combineer je deze verplaatsing met een ander doel?
  • Welke vervoermiddelen heb je ter beschikking?
  • Welke vervoerwijze of combinatie daarvan kies je?
  • Welke routes kán je kiezen en welke kies je?
  • Ken je het knooppunt waar je moet overstappen, of moet je uitzoeken hoe het werkt?
  • Hoeveel tijd kost de verplaatsing?
  • Andere keuze maken?
 

Knooppunten

Knooppunten verbinden twee of meer verschillend netwerken. Het zijn overstappunten:

  • Stations
  • Bushaltes
  • P+R-terreinen (minimaal auto en OV)
  • Park & Bike-terreinen
  • Carpoolterreinen
  • Bestemmingsparkeerplaatsen
  • Zelfs herkomstparkeerplaatsen zijn zo als knooppunt te beschouwen