Ook ik had zoiets van “huh; wat gebeurt hier?” Maar een stukje in de krant vertelt slechts een deel van het verhaal. De Raad van State is een orgaan dat toetst of regels wel op de juiste wijze worden toegepast.
Waar in de Randstad de woningbouwopgave gepaard gaat met een bijbehorende mobiliteitsopgave, liggen de vraagstukken in het landelijk gebied anders. Hier is de sociale opgave groter.
Een van de oplossingen lijkt de uitrol van lokale logistieke hubs, een tussenvariant tussen de eigen voordeur en de winkel in het stadscentrum. Om deze reden is het interessant om hubs onderdeel te laten zijn van je verkeersonderzoeken.
In landelijke gebieden is dus een ander beeld zichtbaar. Daar blijft de auto belangrijk voor de dagelijkse verplaatsingen. Dat is niet uit gemakzucht, maar uit noodzaak.
Maar is dat ook zo? Ja, als externe kijk je met een (min of meer) frisse c.q. objectieve blik naar een vraagstuk. Maar in hoeverre heb je als externe ook inzicht in de krachtvelden binnen de organisatie?
Asfalt vervangen door gras is vaak geen goed idee. Op plaatsen waar de verkeersintensiteit laag is, is waterpasserende verharding een mogelijke oplossing. In de verharding worden openingen aangebracht, waar bijvoorbeeld gras groeit.
Bij een schaalsprong van het stedelijk gebied hoort hierbij ook aandacht voor de regionale effecten. Een samenspel tussen stad en land is nodig om de wensen voor een duurzame, toegankelijke ontwikkeling te realiseren.
Participatieve observatie houdt in dat een individu of groep mensen worden geobserveerd, terwijl de onderzoeker actief deelneemt in de te observeren situatie.