Niet meer, niet minder, maar eerlijk

maandag 26 november 2012
timer 4 min
Met de themakeuze voor het vierde Mobiliteitsdebat dwong de organisatie de aanwezigen in VillaLux in Nijmegen tot een flinke portie hersengymnastiek. Rechtvaardigheid in mobiliteit, wat is het precies, hoe organiseer je het, hoe ver wil je gaan, waar botst het met traditionele belangen in mobiliteit?

Niet meer, niet minder, maar eerlijk

De interessante inleiders, een sterk panel én het betrokken publiek zorgden in ieder geval voor een boeiende verkenning van een weerbarstig thema.


Lees hier het complete artikel >>


Inleiding 1: Visie op eerlijke mobiliteit (dr Karel Martens)


Na een introductie op het thema van Mark Kirkels (Mobycom/Het Mobiliteitsbureau), waarin vooral het citaat van Ivan Illich ‘hoe langzamer, hoe eerlijker’ de aanwezigen prikkelde, schetste dr. Karel Martens allereerst zijn visie op eerlijke mobiliteit. Hij wees onder meer op het grote verschil in hoe de overheid in haar vier belangrijkste domeinen met het rechtvaardigheidsprincipe omgaat. In de volkshuisvesting, het onderwijs en de zorg zijn rechtvaardigheidsbeginselen diep verankerd. Iedereen heeft er in een min of meer gelijke mate recht op, er heerst consensus over de te hanteren normen en zelfs een oplaaiende discussie rond medicijnen van meer dan € 600.000,- wordt beslecht met het idee dat iedereen recht op zorg heeft, ongeacht de kosten. Er lijkt dus werk aan de winkel in het vierde domein: mobiliteit. Maar wat verdeel je eigenlijk - een door het systeem gegarandeerde bereikbaarheid? Hoe doe je dat - naar inkomen of naar locatie?  En over wie verdeel je dat? Mobiliteit is een essentiële voorwaarde voor een individu om volwaardig deel te kunnen nemen aan de maatschappij, maar heeft daarmee iedereen onbeperkt recht op bereikbaarheid?
Na de prikkelende intro, neemt Kees Luesink (portefeuillehouder Openbaar Vervoer van de Stadsregio Arnhem - Nijmegen en burgemeester van Doesburg) het woord: ”Rechtvaardigheid in mobiliteit vraagt allereerst een nieuwe manier van denken. Daar heb ik ook even op moet schakelen. Daarnaast vind ik het ook niet zo onlogisch dat er bijvoorbeeld in de zorg wel en rond mobiliteit geen heldere verdelingsmoraal is ontstaan in de loop der tijd. Mobiliteit is meer divers, meer persoonlijk, meer een spel van vraag en aanbod. Terwijl in de zorg iedereen min of meer het zelfde product (lees: behandeling) afneemt.  In de zorg bied je een pakket aan voor als je gezondheid wat mankeert, en in de mobiliteit bied je een systeem aan waarvan  je al dan niet gebruik kunt maken.”

Inleiding 2: WMO en Mobiliteit (Willeke Peeters, Spectrum CMO Gelderland)


In de tweede inleiding licht Willeke Peeters kort de relatie toe tussen de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) en mobiliteit. De WMO, in het leven geroepen om iedereen te kunnen laten deelnemen aan de maatschappij, richt zich op vier domeinen: zelfstandig een huishouden kunnen voeren, mobiliteit in en om het huis, lokaal vervoer en het kunnen ontmoeten van de medemens. Kijkend naar het gebruik van de WMO in het algemeen en het domein ‘lokaal vervoer’ in het bijzonder, waarschuwt Peeters voor een toenemend claimgedrag. Het doel is weliswaar lokaal vervoer aanbieden maar niet perse op elk moment, voor elke vervoerswens of op basis van eigen bezit. Benut eerst de eigen financiële, fysieke en sociale kracht en doe daarna pas een beroep op de WMO. Een visie die door debatvoorzitter Ruben Loendersloot spitsvondig samengevat wordt: splits rechtvaardigheid op in Recht en Vaardigheid.

Rol overheid houdt ergens op


In de zaal en bij de debatvoerders overheerst het gevoel dat de rol van de overheid ergens ophoudt. Je kunt, en wilt, immers niet alles faciliteren. En het op een ogenschijnlijk rechtvaardige manier aanbieden van mobiliteit, zoals gratis OV, leidt ook niet per definitie tot het gebruik daarvan. Vervoer blijft een middel. Het moet beschikbaar zijn, eerlijk verdeeld, maar de burger bepaalt of hij er gebruik van maakt. Maatwerk is daarbij vereist: slim doelgroepenbeleid, niet zwichten voor de grootste mond en het recht van de sterkste, eigen keuzes maken als overheid en bijvoorbeeld de (technologische) mogelijkheden van de OV-chipkaart benutten. En realiseer je daarbij ook dat het recht op mobiliteit voor de één ook consequenties heeft voor de ander.

Na een avond die wellicht meer vragen dan antwoorden oplevert, sluiten Ruben Loendersloot en Jos Sluijsmans namens de organisatie de avond.

Tekst: Geert Dijkstra