In 3 stappen naar effectieve fietsmobiliteitstransitie

dinsdag 16 april 2024

De fiets wordt al jaren gezien als het alternatief voor het hoge aandeel autogebruik in Nederland. Van alle woon-werkreizen in Nederland wordt 28% (KIM, 2023) met de fiets afgelegd, waar op de korte ritten tot 5 kilometer dit percentage 53% is. Met name op de afstanden van 5 tot 10 kilometer (33%) en 10 tot 15 kilometer (16%) is het aandeel van de fiets beperkt. Ondanks de voordelen die de fiets biedt in termen van het milieu, de fysieke en mentale gezondheid, kiest het grootste gedeelte van de mensen (42%) toch voor de auto in het dagelijkse verplaatsingsgedrag. De technische voordelen van de elektrische fiets bieden de potentiële gebruikers voordelen om met minder inspanning en hogere snelheden de verplaatsing te maken waardoor in hetzelfde tijdsbestek langere afstanden afgelegd kunnen worden. Met name op de middellange afstanden (5 tot 20 kilometer) kan het stimuleren van e-bike gebruik bijdragen aan de beoogde mobiliteitstransitie. Uit een wetenschappelijke studie van de universiteit Utrecht blijkt dat het stimuleren van e-bike gebruik loont. Tijd voor praktische implementatie.

Gebruik e-bike stimuleren

Om een mobiliteitstransitie in het dagelijkse woon-werkverkeer bij werknemers te stimuleren, worden in diverse regio’s zogenaamde ‘mobiliteitsmakelaars’ ingezet. Deze professionals helpen bedrijven om mobiliteitsmaatregelpakketten samen te stellen, waarbij rekening wordt gehouden met de fiscale wet- en regelgeving. Mede op basis van de woon- en werkafstanden van medewerkers wordt een inschatting gedaan in hoeverre het stimuleren van gedrag potentie heeft. Dit is een effectieve eerste stap om bedrijven te activeren in duurzame mobiliteitskansen. Universiteit Utrecht onderzocht dat het langdurig stimuleren van e-bikegebruik een positief effect heeft op de hoeveelheid gebruik, de tevredenheid met de verplaatsing en daarmee de aantrekkelijkheid van de e-bike als alternatief. Naast een eventuele aanschafsubsidie op een (e-) fiets is bewezen dat stimulering van het gebruik bijdraagt aan het succes. Ook komt uit de studie naar voren dat het effect van het stimuleren van e-bikegebruik afhankelijk is van de afstand. Op korte afstanden wordt namelijk de reguliere fiets vervangen, waar met name mensen voor afstanden vanaf 5 kilometer de auto laten staan. De tweede stap is daarom de introductie van het onderscheid in afstanden, wat bedrijven meer inzicht geeft in de potentie van de gedragsmaatregelen. Om fietsgebruik te stimuleren, heb je naast de fiets en de fietser ook goede fietsinfrastructuur nodig. Daarom is de derde stap in het gehele proces de toevoeging van inzicht in de effecten van de aanleg van (door)fietsroutes in een regio. Overheden investeren namelijk in het versterken van de fietsinfrastructuur, waarbij barrières worden aangepakt en ontbrekende relaties worden aangelegd. Door deze informatie te combineren met de mobiliteitsarrangementen vanuit de werkgever ontstaat een beter handelingsperspectief voor werknemers.

Krachten gebundeld

Om de ontwikkelde kennis naar de praktijk te brengen, zijn inmiddels de bereikbaarheidsanalyses verder ontwikkeld binnen de Dutch Cycling Intelligence Digital Twin module, waarbij koplopers op het gebied van informatiegedreven fietsbeleidsinnovatie de krachten hebben gebundeld. Met dit initiatief hebben direct alle overheden toegang tot de bereikbaarheidsinzichten. De volgende stap is de koppeling met de fietsstimuleringsprogramma’s om overheid en het bedrijfsleven te faciliteren in de gewenste duurzame mobiliteitstransitie.

Het onderwerp van dit artikel wordt besproken tijdens een sessie op het Nationaal Fietscongres op 5 en 6 juni in Den Haag. Kijk voor meer informatie over dit congres op: www.nationaalfietscongres.nl/.